Mag ik mij even voorstellen: Cor van Drongelen
05 december 2007
Bron : Even voorstellen...

In het kader van 'ken je collega-raadsleden' stellen verschillende leden van de cliëntenraad zich voor op deze website. Deze keer is het de beurt aan Cor van Drongelen, lid van de AG-raad in Noordwest.

Mijn naam is (Mevrouw) Cor van Drongelen en ben op 28 april 1945 in Amsterdam geboren. Sinds 7 mei 2002 getrouwd, nadat wij, mijn partner en ik 32 jaar hadden samengewoond. Sinds 5 jaar maak ik deel uit van de UWV cliƫntenraad Amsterdam namens de CG-raad, ben dus bezig aan mijn 2e en laatste termijn.

Ik ben 2 maal 80-100% arbeidsongeschikt verklaard. De eerste maal op 1 augustus 1967 toen het UWV nog niet bestond maar het nog het nog GAK was.
In 1985 ben ik voorzichtig weer aan het werk gegaan en ben vervolgens in 1998 voor de 2e maal volledig arbeidsongeschikt verklaard.

Ik ben lid geworden van de cliëntenraad omdat ik het belangrijk vind dat cliënten participeren, adviseren en voorlichting geven over de ingewikkelde regelgeving waarmee je te maken krijgt als je in een uitkeringssysteem terecht komt.

Soms vind ik het raadswerk absoluut niet leuk omdat het vaak en te lang over het zelfde gaat, maar als er succesvol knopen worden doorgehakt en je merkt dat de regels mede dankzij de inzet van de cliëntenraad worden vereenvoudigd en aangepast, dan voel ik me extra gemotiveerd om er weer tegen aan te gaan.

Het leukste en meest nuttige van het raadswerk vind ik de voorlichtingsbijeenkomsten. Voor heel veel mensen is de regelgeving erg ingewikkeld en weet men vaak niet wat de rechten en plichten zijn. Zeker wanneer je te maken krijgt met migranten, die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen.

Oudkomers
Ik ben betrokken bij een Amsterdamse patiëntenconsumentenorganisatie als vrijwilliger en kom daardoor veel in contact met de zogenaamde 'oudkomers'. Mensen die soms meer dan dertig jaar geleden naar Nederland zijn gekomen om te werken. En door het vaak zware werk uiteindelijk in een arbeidsongeschiktheidsregeling komen.

Indertijd werden aan die groep mensen geen eisen gesteld of mogelijkheden aangeboden om de Nederlandse taal te leren. Mensen in die situatie komen vaak in de problemen omdat zij onvoldoende de weg weten over wat zij wel en niet mogen of moeten als ze in een uitkeringstraject te recht komen. Belangrijk vind ik de huidige samenwerking tussen UWV en CWI daardoor kun je mensen sneller en eenvoudiger doorverwijzen naar de juiste instantie zonder dat er nog meer administratieve rompslomp aan te pas komt.

De voorlichtingsbijeenkomsten behoeven verbetering, zowel voor de mensen die onder de OGGZ vallen (openbare geestelijke gezondheidszorg) en de migranten.
Het zijn 2 groepen mensen die in een uitzonderingspositie verkeren. De ene groep vanwege het feit dat zij vaak tot de dak- en of thuislozen groep (bijvoorbeeld drugsproblematiek) behoren en vaak met een langdurig (onoplosbaar) psychiatrisch probleem rondlopen en de migranten omdat zij vaak een taalachterstand hebben.

Bij beide groepen bestaat een barrière of soms vooringenomenheid die overwonnen moet worden. Dat kan wanneer de voorlichting meer (ook) toegespitst wordt op moeilijk bereikbare groepen en die specifieke groepen. Met de nodige deskundigheid en voor de migranten in eigen taal. In Amsterdam hebben we in 2 achterstandswijken de proef op de som genomen om speciaal op de doelgroep gerichte voorlichting te geven met tolken en het verhaal op papier, in het Turks en Marokkaans en 1 à 2 vertrouwenspersonen (leden uit de cliëntenraad).


Terug naar Biografie